verhaaltjeverzinnen.nl
📖

Een bewaard verhaal

De Leeuw van Papier

Op een regenachtige middag in Amsterdam zaten Lucie en Eefje aan de keukentafel, waar hun tekenpapier langzaam veranderde in een wilde wereld vol dieren en bladeren.

Lucie, 8 jaar, tekende een giraffe met een veel te lange nek, die nieuwsgierig over een wolk heen keek. Eefje, ook 8, maakte ondertussen een oerwoud met hangende lianen, een modderige rivier en een leeuw zo groot dat zijn manen bijna buiten het vel papier kwamen. “Deze leeuw heet Brulbas,” zei Eefje trots. “Hij is supergevaarlijk. Hij kan met één brul alle vogels uit de bomen laten vallen.” Precies toen Lucie een piepklein lieveheersbeestje naast de leeuw wilde tekenen, rimpelde het papier. De potloden rolden van tafel. De getekende bladeren bewogen alsof er wind doorheen blies. Toen stak Brulbas één poot door het papier, daarna zijn enorme kop, en met een harde SPRONG landde hij op de keukenvloer. Hij was nog groter dan in de tekening. Zijn klauwen tikten op de tegels. Zijn staart zwiepte tegen een stoel, die omviel. Brulbas opende zijn bek en brulde zo luid dat de lepeltjes in de bestekla rinkelden. Lucie en Eefje doken achter de tafel. Dit was geen knuffelige leeuw en ook geen leeuw die alleen maar honger had naar koekjes. Zijn ogen gleden langzaam door de kamer, zoekend naar iets om te besluipen. Maar buiten klonk een vreemd geluid: een duif koerde onder het afdakje, en ergens bij de gracht klapperden eenden met hun vleugels. Brulbas spitste zijn oren. In één sprong stond hij bij de open balkondeur. De meisjes durfden nauwelijks te ademen. “We moeten voorkomen dat hij de stad in gaat,” fluisterde Eefje. Lucie keek naar het tekenpapier. De rand ervan glinsterde nog steeds. “Misschien wil hij niet de stad in,” zei ze. “Misschien mist hij zijn eigen wereld.”

Illustratie bij deel 1 van De Leeuw van Papier

Brulbas stapte het balkon op en snoof de natte lucht op. Beneden glansden de straatstenen, fietsen stonden tegen een hek en langs de gracht dreven bruine bladeren. De leeuw gromde. Hij keek niet blij of boos, maar verdwaald. Toen viel zijn blik op een smal plantje tussen twee balkonstenen. Voorzichtig boog hij zijn grote kop en rook eraan. Het plantje trilde, maar bleef staan. Eefje kreeg een idee. Ze pakte een nieuw vel papier en tekende haastig een brede savanne, met hoog gras, ronde rotsen en een waterpoel. Lucie tekende er dieren bij: geen prooien om achterna te jagen, maar een oude schildpad, drie springende kikkers en een kudde zebra’s die ver genoeg weg graasde. Bovenaan tekende ze een zon die niet brandde, maar warm scheen. “Brulbas,” zei Lucie zacht. De leeuw draaide zich om. Zijn staart zwiepte nog één keer gevaarlijk. Lucie hield het vel met twee handen omhoog. “Hier hoort jouw brul thuis.” Eefje maakte een lage brom, alsof de grond zelf wakker werd. Brulbas keek naar de savanne. Hij snoof. Hij zette één poot op het papier. Niets gebeurde. De meisjes keken elkaar aan. Toen herinnerde Eefje zich het lieveheersbeestje dat nog niet af was. Ze tekende snel zeven stippen op zijn rug. Meteen lichtte de savanne op. Een zachte wind kwam uit het vel en streek door Brulbas’ manen. De leeuw brulde opnieuw, maar deze keer klonk het niet als een dreiging. Het klonk als een roep naar huis. Hij stapte helemaal op de tekening. Gras groeide rond zijn poten. De getekende zebra’s hieven hun koppen. Brulbas keek nog één keer naar Lucie en Eefje, knikte statig en verdween tussen de rotsen. Het papier werd stil. Alleen een piepklein pootafdrukje bleef achter op de keukentafel, naast het lieveheersbeestje.

Illustratie bij deel 2 van De Leeuw van Papier

Vanaf die middag tekenden Lucie en Eefje altijd een veilige plek bij elk wild dier, want zelfs de gevaarlijkste brul kan soms gewoon verlangen naar thuis.

Nieuw verhaal