verhaaltjeverzinnen.nl
📖

Een bewaard verhaal

De Verdwaalde Rustbank

Op een zonnige ochtend in Tilburg vonden Lucie en Eefje, allebei 100 jaar, een briefje onder de suikerpot: „Wij zijn even weg, zoek ons niet te netjes!”

„Dat klinkt precies als oma en opa,” zei Lucie, terwijl Eefje een vergrootglas pakte dat eigenlijk een soepkom was. Buiten volgden ze een spoor van kruimels langs de stoep. Bij de fontein dreef een papieren bootje met daarop: „Wie het eerst lacht, gaat de goede kant op.” Eefje lachte zo hard om een eend met een veertje op zijn snavel dat een fietser bijna zijn bel inslikte. De goede kant bleek een smal paadje naar het park. Daar stond de vertrouwde rustbank niet op zijn plek. Hij was langzaam, krakend en heel eigenwijs naar de vijver geschoven. Op de zitting lagen twee wandelstokken, een boterham met appelstroop en een kaartje: „Warmer, warmer!”

Illustratie bij deel 1 van De Verdwaalde Rustbank

Lucie tikte tegen de rustbank. „Heb jij onze grootouders gezien?” De bank kraakte: „Alleen als jullie mijn raadsel oplossen: wat wordt natter terwijl het droogt?” Eefje dacht zo diep na dat een merel nieuwsgierig op het hoofd sprong. „Een handdoek!” riep Lucie. Meteen schoof de bank terug en onthulde een klein poortje in de haag. Erachter zaten oma en opa op een picknickkleed, omringd door drie giechelende eenden. „We wilden oefenen in verdwalen,” zei opa. „Maar we zijn steeds gevonden,” zei oma tevreden. Toen deelden ze de appelstroopboterham in vier ongelijke stukken. Eefje kreeg het kleinste, want dat bleek stiekem het stuk met twee aardbeien eronder.

Illustratie bij deel 2 van De Verdwaalde Rustbank

Samen wandelden ze naar huis, terwijl de rustbank achter hen zachtjes riep dat hij morgen misschien wel naar de markt zou verhuizen.

Nieuw verhaal